Volgens Piëst krijgen veel regenboogouderen te maken met eenzaamheid. “Veel van hen hebben geen kinderen. Daardoor ontbreekt vaak het sociale netwerk dat anderen wel hebben opgebouwd”. Die eenzaamheid kan toenemen naarmate mensen ouder worden en hun leefwereld kleiner wordt.
Daarnaast speelt de generatie waarin veel regenboogouderen zijn opgegroeid een belangrijke rol. “We hebben het over mensen die nu zeventig of tachtig zijn. Zij groeiden op in de jaren 40 en 50, in een tijd waarin hun geaardheid niet bespreekbaar was”. Veel ouderen zijn daarom pas laat uit de kast gekomen. “Dat moment voelt vaak als een bevrijding”.
Toch ontstaat er opnieuw spanning wanneer ouderen in een zorginstelling terechtkomen. “Ze komen daar weer tussen mensen van dezelfde generatie. Dan durven ze soms niet meer open te zijn over wie ze zijn”. Volgens Piëst proberen sommigen hun identiteit dan weer te verbergen, terwijl ze daar juist zo hard voor hebben gestreden.
Wijz Welzijn probeert deze problemen aan te pakken met een uitgebreid activiteitenaanbod. Samen met regenboogouderen en verschillende zorgpartijen is een activiteitenplan ontwikkeld. Er zijn onder andere praatgroepen, kookavonden, wandelingen en culturele uitjes. Ook is er een regenboogadviseur aangesteld die ouderen persoonlijk ondersteunt bij vragen of problemen.
Een belangrijk onderdeel is een reizende expositie met portretten en levensverhalen van tien LHBTI-Zwollenaren. Juist omdat de zichtbaarheid essentieel is om acceptatie en verbinding te vergroten. De expositie staat in zorginstellingen en vormt de basis voor gesprekken. “In het begin is er soms weerstand”, vertelt Piëst. “Maar later ontstaat er herkenning en openheid. Dan komt het gesprek echt op gang”.