Hoe ziet een varken er uit?
Het varken is een stevig dier, een beetje rond om te zien, omdat ze gauw te dik worden door te veel voer. Het mooiste is als je de ribben nog kunt voelen maar niet kan zien. De poten zijn in verhouding met het lichaam vrij kort. Aan elke poot heeft het varken vier tenen maar ze lopen op de middelste twee waaraan hoeven zitten. Deze hoeven, klauwen genoemd, groeien door en moeten afslijten door op stenen te lopen, of ze moeten worden geknipt. Dit noem je bekappen. De klauwen kunnen wit of zwart van kleur zijn. De vacht bestaat uit een dunne stugge beharing en een huid die snel verbrandt door de zon. Deze vacht wordt een of twee keer per jaar gewisseld. De oren van varkens verschillen per ras. Ze zijn lang hangend of kort rechtopstaand. Ook de staart verschilt per ras. Soms is deze lang met al dan niet een krul, en soms is de staart recht en kan een kwast hebben. Het varken laat met zijn staart zien hoe hij zich voelt. Krult de staart dan voelt hij zich prettig. Varkens kunnen heel goed ruiken, zelfs op 300 meter. De neus bestaat uit een sterke en gevoelige wroetschijf met 2 neusgaten. Speciaal om te graven op zoek naar eten en nestmateriaal. De neus is de enige plek waar een varken kan zweten.
Waar komt het varken vandaan?
Het varken stamt af van het wilde zwijn, dat zo’n 4 miljoen jaar geleden in Zuidoost-Azië is ontstaan. Het domesticeren begon zo’n 9000 jaar geleden in Azië en het Midden-Oosten (Anatolië), en in Europa 6000 jaar geleden. Tijdens de Industriële Revolutie werd het Europese varken gekruist met het Chinese varken. Door de bevolkingsgroei en verstedelijking nam de vraag naar vlees sterk toe. Het varken maakte altijd wel deel uit van de veestapel, bij zowel veehouders als akkerbouwers. Varkens leverden spek en vlees, maar ze ploegden ook de akkers om, zorgden voor bemesting van schrale (zandgrond) en verwerkten al het afval en de bijproducten van de boerderij. Naar schatting leven er in Nederland inmiddels rond de 15.000 tot 20.000 hobbyvarkens.